Naar de inhoud
Morris. Helpcentrum

Wat het kasboek zelf uitrekent

Je contante omzet, je contante fooi en je beginkas hoef je niet in te voeren — die volgen uit de bonnen en uit de vorige afsluiting. Wat je wél zelf invult, en hoe "Verwacht in kas" is opgebouwd.

Wanneer gebruik je dit

Je telt de kas en het bedrag klopt niet met wat Morris verwacht, of je vraagt je af waarom je contante omzet nergens als kasboekregel te vinden is.

Wat je niet invoert

Contante omzet en contante fooi staan nooit als regel in je kasboek. Ze worden bij elke weergave opnieuw uit de bonnen berekend: alle afgerekende bonnen van die servicedag waarvan de betaalmethode contant is, met hun bedrag en hun fooi.

Dat is met opzet zo. Zou je ze ook nog met de hand invoeren, dan stonden ze er dubbel in en klopte je kas nooit meer. Wat er dus wél in je kasboek staat, is alleen wat de kassa niet uit zichzelf kan weten: beginkas, uitgaven, stortingen en tellingen.

De beginkas volgt vanzelf uit de vorige afsluiting. Morris zoekt de meest recente eerdere servicedag waarop de kas geteld is, en neemt dat getelde bedrag over als beginkas van vandaag. De kas gaat immers één op één de volgende dag in.

Vul je zelf een beginkasregel in, dan wint die: dan gebruikt Morris jouw bedrag en kijkt hij niet meer terug.

Hoe "Verwacht in kas" is opgebouwd

beginkas + contante omzet + contante fooi + stortingen − uitgaven

Meer is het niet. Alle vijf de posten staan boven de rekensom in het paneel, dus je kunt altijd terugzien waar het bedrag vandaan komt.

Het paneel van de dagafsluiting voor de lopende servicedag. Bovenaan staat in het rood dat er nog vier open bonnen zijn, ook van eerdere dagen, met daaronder die vier bonnen: per bon de servicedag, de tafel, de melding dat er nog geen bonnummer is, de naam van de medewerker, de status en het bedrag. Daaronder de omzet, de fooi en de omzet per betaalmethode, en vervolgens de kasregels: Beginkas, Contante omzet, Contante fooi, Stortingen, Uitgaven en als laatste Verwacht in kas. Onderaan een balkje om zelf een kasboekregel toe te voegen, en de invulvelden voor de getelde kas, het PIN-terminaltotaal en een opmerking.
Het dagafsluitingspaneel, met de kasregels die Morris zelf uitrekent

Stortingen zijn wisselgeld dat je in de kas legt. Uitgaven is alles wat eruit gaat: een contante inkoop, een afstorting naar de bank. Bij allebei is een reden verplicht — een bedrag zonder reden wordt geweigerd.

Het verwachte PIN-totaal

Dat is de PIN-omzet plus de fooi die op pin binnenkwam. De betaalterminal heeft die fooi immers ook verwerkt; hij weet niet dat een deel van het bedrag fooi was.

Vergelijk je terminaltotaal dus niet met alleen je PIN-omzet — dan lijkt er altijd te veel op de terminal te staan. Het bedrag dat Morris verwacht staat bij het invulveld van het PIN-terminaltotaal.

Wat er bij het afsluiten wordt vastgelegd

Zodra je de dag afsluit, gebeuren er twee dingen die je niet ziet gebeuren:

  1. De kastelling wordt ook als kasboekregel weggeschreven, met het Z-nummer erbij: Kastelling bij dagafsluiting Z7. Zo staat de telling niet alleen bij de afsluiting, maar ook in de doorlopende reeks van je kasboek — en is hij morgen de beginkas.
  2. Er wordt een momentopname bewaard van alle verwachte totalen: de omzet, de omzet per betaalmethode, de BTW-splitsing, de hele kasberekening en het verwachte PIN-bedrag. Die momentopname verandert daarna nooit meer.

Die tweede is belangrijker dan hij klinkt. Rapporten worden altijd opnieuw berekend uit de bonnen die er op dat moment zijn. De momentopname niet: die laat zien waar je die avond op afgetekend hebt. Komt er later een correctie bij, dan verandert je rapport wel en je Z-rapport niet — en het verschil is dan te verklaren in plaats van te raden.

De afsluiting gaat als geheel ook mee in het kassajournaal.

Let op

Verwante artikelen

Was dit duidelijk?

Bijgewerkt op 26 augustus 2026