Naar de inhoud
Morris. Helpcentrum

De servicedag, het bonnummer en het Z-nummer

Een bon van half één 's nachts hoort bij de avond ervoor. Hoe Morris die horecadag afbakent, en hoe de doorlopende nummers van je bonnen en je dagafsluitingen tot stand komen.

Wanneer gebruik je dit

Je omzet van zaterdagavond staat deels op zondag, of je vraagt je af waarom de bonnummers doorlopen in plaats van elke dag weer bij 1 te beginnen.

De horecadag loopt van zes tot zes

Morris rekent niet met de kalenderdag maar met de servicedag: van 06:00 tot 06:00, op de Nederlandse klok. Een bon van 00:30 hoort dus bij de avond ervoor, en een bon van 07:00 bij de dag zelf.

Dat gebeurt automatisch, op het moment dat de bon wordt weggeschreven. Je stelt er niets voor in en je kunt het omslagpunt niet verzetten.

Waar je het terugziet: op elk rapport, in het kasboek en boven elke dagafsluiting staat de servicedag genoemd. In de afsluitingenlijst is dat de datum naast het Z-nummer.

Bonnen die er al waren hebben hun servicedag achteraf toebedeeld gekregen, in één ronde en volgens diezelfde regel van zes uur, gerekend vanaf het moment waarop de bon werd aangemaakt. Je hoeft daar niets voor te doen. Die ronde is overigens gewoon door het kassajournaal heen gegaan: ook een eenmalige opschoning laat sporen na.

Het bonnummer

Elke bon die wordt afgerekend krijgt een doorlopend bonnummer, per vestiging. Dat nummer loopt door — het begint niet elke dag opnieuw bij 1 — en dat is precies wat een doorlopende bonnummering hoort te doen: je kunt zien of er een nummer ontbreekt.

Het nummer wordt toegekend op het moment van afrekenen, niet bij het aanslaan. Een bon die nog openstaat heeft dus nog geen nummer. Dat zie je ook zo staan zodra een open bon ergens in beeld komt: nog geen bonnummer.

Elke vestiging heeft zijn eigen reeks. Twee vestigingen hebben dus allebei een bon 1, en dat is de bedoeling.

Staat de instelling voor doorlopende bonnummering uit, dan wordt er geen nummer toegekend en blijft het veld leeg.

Het Z-nummer

Een dagafsluiting krijgt op dezelfde manier een doorlopend nummer, ook per vestiging: het Z-nummer. Eén afsluiting, één Z-nummer, oplopend, nooit opnieuw beginnend.

Je ziet ze onder elkaar in de lijst met afgesloten servicedagen, met achter elk nummer de datum van die servicedag, het kasverschil, het PIN-verschil, de fooi van die dag en wie hem heeft afgesloten.

Een lijst met afgesloten servicedagen. Elke regel begint met het Z-nummer in een gekleurd blokje, daarnaast staat de datum van de servicedag en daaronder in kleine letters het kasverschil, het PIN-verschil, de fooi van die dag en de naam van degene die de dag heeft afgesloten. Rechts staat de opmerking die bij de afsluiting is ingevuld.
De afgesloten servicedagen onder elkaar, elk met zijn Z-nummer

Het Z-nummer komt ook terug in het kasboek: de kastelling die bij een afsluiting hoort, wordt vastgelegd met de tekst Kastelling bij dagafsluiting en het Z-nummer erachter.

Let op

Verwante artikelen

Was dit duidelijk?

Bijgewerkt op 26 augustus 2026