De systeemmail instellen en testen
De mailserver waarover alle automatische Morris-berichten lopen: de velden in het blok Systeemmail, de SSL/TLS-schakelaar, en wat de knop Testmail versturen werkelijk doet.
Wanneer gebruik je dit
Alle automatische berichten van Morris — roosterpublicaties, meldingen aan beheerders, gastmails — verlaten het systeem over één mailserver: de systeemmail. Die stel je hier in en test je hier. Dit is een omgevingsbrede instelling; hij geldt voor alle vestigingen tegelijk en hoort bij de inrichting van de omgeving.
Antwoorden die je zelf vanuit de maildoos verstuurt, lopen niet hierover maar over de eigen mailserver van de vestiging.
De velden
Ga naar Instellingen en zoek op het tabblad Bedrijfsgegevens het blok Systeemmail. De statuschip rechtsboven toont Ingesteld of Niet ingesteld, afhankelijk van of er een server staat.
- Server — de SMTP-server van de mailprovider.
- Poort — met de aanwijzing 587 zonder SSL, 465 met SSL. Standaard 587.
- SSL/TLS — een schakelaar, met de uitleg: Zet dit aan als de provider poort 465 gebruikt. Bij poort 587 blijft dit uit. De schakelaar bepaalt of de verbinding direct versleuteld opent (poort 465) of via STARTTLS loopt (poort 587); poort en schakelaar horen dus bij elkaar.
- Gebruikersnaam — de inloggebruikersnaam. Het veld toont niet de volle waarde maar een gemaskeerde vorm (vier puntjes plus de laatste vier tekens van de echte gebruikersnaam), zodat je kunt zien of er iets staat zonder dat de volledige inloggegevens op het scherm verschijnen. Sla je op zonder dit veld aan te raken, dan blijft de echte, opgeslagen gebruikersnaam gewoon staan — het masker zelf wordt nooit als nieuwe waarde opgeslagen.
- Wachtwoord — een leeg wachtwoordveld behoudt het opgeslagen wachtwoord.
- Afzendernaam — De naam die ontvangers boven de mail zien staan. Dit veld wordt gebruikt door de contractenkant van Morris; de gewone postkamerberichten leiden hun afzendernaam zelf af — zie afzenderadres en antwoordadres. Het veld toont bij het openen een naam die van jouw eigen bedrijfsgegevens is afgeleid, niet meer een vaste, voor alle klanten gelijke waarde.
Klik op Opslaan. De melding bovenin zegt het belangrijkste er meteen bij: SMTP instellingen opgeslagen — herstart API nodig voor activatie. De instellingen worden in het omgevingsbestand van de server geschreven en pas bij een herstart opnieuw ingelezen; tot die tijd draait alles op de oude waarden.
De verbinding testen
De knop Testmail versturen onderaan het blok controleert de opgeslagen gegevens: hij maakt verbinding met de server en probeert in te loggen. Er wordt geen mail verstuurd — er belandt dus ook niets in een mailbox of testbak. Mislukt de verbinding of weigert de server de inloggegevens, dan staat de reden in de melding bovenin, met een aantekening erbij als de omgeving in de proefstand staat.
Let op
- De melding van de testknop zegt precies wat er gebeurd is. Bij een geslaagde controle staat er dat de verbinding met de server geslaagd is en — als er een gebruikersnaam is ingevuld — dat de inloggegevens zijn geaccepteerd, met de zin Er is geen testmail verstuurd erbij. Staat de omgeving in de proefstand, dan komt daar een aantekening bovenop dat uitgaande post nu naar de testbak gaat. Zoek na een geslaagde test dus niet naar een testmail in je mailbox: die bestaat niet, en de melding beweert dat ook niet meer.
- De test controleert de gegevens waarmee de server op dat moment draait, niet wat er in het formulier staat. Wijzig je iets, sla dan eerst op en wacht op de herstart voordat je test — anders test je de oude situatie.
- Een leeggemaakt veld wist niets. Alleen ingevulde velden worden weggeschreven; een leeg veld laat de bestaande waarde staan. De enige uitzondering is de SSL/TLS-schakelaar: die wordt bij elk opslaan vastgelegd zoals hij staat.
- Zonder ingestelde server blijft de post in de praktijk in de proefstand: live versturen vereist naast de live-stand ook een ingevulde systeemmailserver.
Verwante artikelen
Bijgewerkt op 28 augustus 2026